Hoge Raad verklaart 8% belastingrente voor Vpb onverbindend

Vanaf 1 januari 2022 gold voor de vennootschapsbelasting (Vpb) een veel hogere belastingrente dan voor andere belastingen. Die verhoging was vooral bedoeld om extra inkomsten voor de schatkist te genereren.

De Hoge Raad oordeelt nu dat je niet één specifieke groep ondernemers zwaarder mag belasten. De hogere rente is volgens de Hoge Raad in strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Daarom mag de Belastingdienst geen 8% belastingrente voor de Vpb in rekening brengen. De Hoge Raad heeft ook beslist dat de uitspraak met terugwerkende kracht geldt. Voor ondernemers die vanaf 1 januari 2022 belastingrente voor de Vpb hebben betaald, betekent dit dat zij mogelijk te veel betaalde belastingrente terugkrijgen of dat de belastingrente op hun Vpb-aanslag opnieuw wordt berekend.

Alleen bij tijdig bezwaar

Alleen als er tijdig bezwaar is gemaakt tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, zal de Belastingdienst tegemoetkomen aan dit bezwaar en de belastingrente opnieuw berekenen. Opinion heeft voor haar klanten, als dat loonde, vanaf medio november 2024 bezwaar gemaakt tegen aanslagen met belastingrente. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad moet de staatssecretaris binnen zes weken collectief uitspraak op bezwaar doen.

Alleen voor Vpb

Het oordeel van de Hoge Raad geldt alleen voor de vennootschapsbelasting. Het lagere belastingrentetarief, dat voor de meeste overige belastingmiddelen geldt, lijkt de toets van de Hoge Raad wel te kunnen doorstaan. Bezwaarschriften tegen de aanslagen inkomstenbelasting, omzetbelasting, etc. zullen niet leiden tot een vermindering van de belastingrente.

Persoonlijk,
erg betrokken én
gewoon goed advies